Dataduik

Smartphonebezit bij Vlaamse jongeren: 11 jaar als kantelpunt

No items found.

Jongeren en hun smartphone: de twee lijken onafscheidelijk. Voor ouders is het niet altijd eenvoudig te bepalen wanneer hun kind nu voor het eerst een eigen smartphone mag bezitten. Is dit bij de overgang naar het middelbaar? Of toch vroeger? En hoe zit dat met leeftijdsgenoten? Het Apenstaartjarenonderzoek, dat tweejaarlijks de digitale leefwereld van kinderen en jongeren in kaart brengt, geeft iedere editie weer wat de gemiddelde leeftijd is waarop kinderen uit de lagere school hun eerste smartphone bezitten. Die gemiddelde leeftijd lijkt jaar na jaar te dalen. Jongerenorganisaties, ouders en scholen schenken dan ook veel aandacht aan dit cijfer.

In de editie van 2024 staat te lezen dat kinderen gemiddeld hun eerste smartphone hebben op acht jaar. Een cijfer dat gretig opgepikt wordt (onder meer door nieuwsmedia en beleidsmakers), maar ook een cijfer dat de nodige nuance vraagt. 


Hoewel het Apenstaartjarenrapport de betekenis achter die gemiddelde leeftijd probeert te kaderen, wordt het cijfer soms uit zijn context gehaald, en is de nood voor nuance groot. Het lijkt ons relevanter te focussen op onderstaande grafieken die een vollediger beeld scheppen over het smartphonegebruik en -bezit van kinderen en jongeren in Vlaanderen.
We baseren ons hiervoor op de data van het meest recente Apenstaartjarenrapport, dat de resultaten van 5482 Vlaamse scholieren uit het lager en secundair onderwijs in rekening brengt.

Vier nuances bij cijfer

Nuance 1. Meerderheid 11-jarigen bezit eigen smartphone

Apenstaartjaren monitort nauwgezet hoe jongeren met diverse schermen en toestellen zoals de smartphone omgaan. Iedere editie vragen we kinderen en jongeren (1) of ze een eigen smartphone bezitten, en (2) op welke leeftijd ze hun eerste smartphone kregen. Kinderen uit de lagere school die een smartphone bezitten, geven aan die op een gemiddelde leeftijd van 8 jaar en 1 maand te hebben gekregen. Dit cijfer houdt echter geen rekening met de 59% van de leerlingen uit de lagere school die nog géén smartphone heeft: een gemiddelde bereken je immer op de cijfers die je wél hebt. Dat maakt het moeilijk om die gemiddelde leeftijd te interpreteren.

Onderstaande grafiek biedt een veel correcter en informatiever beeld. Er valt duidelijk op te merken hoe smartphonebezit toeneemt per graad.

  • De derde graad lager onderwijs blijkt een overgangsperiode te zijn, waarop de helft van de leerlingen een smartphone bezit, en de andere helft niet.
  • Vanaf het secundair onderwijs bezit zo goed als iedere jongere een eigen smartphone.
  • Wanneer je dit uitsplitst per leeftijd, blijkt dat vanaf 11 jaar voor het eerst meer dan de helft van de jongeren een smartphone heeft. Op 12-jarige leeftijd heeft bijna iedere jongere een smartphone.

Nuance 2. Cijfer toont perceptie van het kind

Een tweede verklaring voor het lagere adoptiecijfer van de smartphone ligt in de methode. Apenstaartjaren geeft een stem aan kinderen, en polst naar hún ervaringen

Bij gesprekken met de kinderen nadien, bleek dat jonge kinderen (eerste graad lager) bijvoorbeeld ook invulden dat ze een smartphone hadden wanneer ze een kapot toestel van 'de opa' kregen. In hun ervaring is dat ook een smartphone, ondanks het feit dat deze niet werkt.

Nuance 3. Ook kinderen zonder eigen smartphone gebruiken de smartphone

Binnen de Apenstaartjarenstudie wordt onderscheid gemaakt tussen bezit en gebruik.

Onderstaande grafiek toont aan dat ook kinderen die geen smartphone bezitten wel aangeven een smartphone te gebruiken. Mogelijk lenen ze de smartphone van een ouder of hebben ze toegang tot een afgedankt toestel van hun oudere broer of zus. Het is zeker zo relevant in kaart te brengen wat ze precies op de toestellen doen, dan wanneer ze er een bezitten.

Nuance 4. Smartphonebezit betekent niet onbeperkte internettoegang

Tot slot is het niet enkel relevant te onderzoeken of ze een smartphone bezitten, maar ook te kijken naar wat hun mogelijkheden zijn met het toestel. Hebben ze bijvoorbeeld ten allen tijde toegang tot internet?

Onderstaande grafiek brengt in kaart vanaf welke leeftijd de meerderheid van de jongeren een data-abonnement bezit.

  • Terwijl in de derde graad lager onderwijs de meerderheid een smartphone bezit, heeft slechts 1 op 3 overal toegang tot het internet via een data-abonnement.
  • De overstap naar het secundair onderwijs is hier opnieuw een belangrijk keerpunt. Op 12-jarige leeftijd heeft 77% van de jongeren overal toegang tot het internet.

Conclusie

Zoals zo vaak is de realiteit te complex om samen te vatten in één cijfer van een gemiddelde leeftijd. Het is relevanter bepaalde trends weer te geven: wanneer bezit de meerderheid van de jongeren een smartphone? En vanaf welke leeftijd heeft de meerderheid overal en altijd internetverbinding? Bovendien geeft die gemiddelde leeftijd ook niet weer wat kinderen dan precies op hun smartphone doen.

Terwijl sommigen mogelijk al een zeer volwassen mediagebruik hebben met accounts op verschillende sociale media, kijken anderen korte gamevideo’s op YouTube in hun thuisomgeving. Een beter begrip van de digitale leefwereld van kinderen en jongeren, en een beleid dat jongeren hierin gepast ondersteunt, vereist dat we die context mee in rekening nemen en cijfers rond smartphonebezit genuanceerd interpreteren.

Meer weten?

Context van de dataduik

  • Deze dataduik is gebaseerd op data van het Apenstaartjarenonderzoek 2024 dat tweejaarlijks de digitale leefwereld van kinderen en jongeren in kaart brengt op basis van een online bevraging en verdiepende klasgesprekken.
  • Apenstaartjaren bevraagt Vlaamse kinderen uit het lager en secundair onderwijs. De leeftijden variëren van 5 jaar tot 20 jaar oud.
  • Bezoek de website van Apenstaartjaren voor een samenvattende video van de inzichten, meer uitleg rond de methodologie, of neem er een kijkje in de vorige edities van het rapport.
Dataduik

Smartphonebezit bij Vlaamse jongeren: 11 jaar als kantelpunt

Analyse en updates

Hou de vinger aan de pols rond mediaonderzoek via de updates van Mediapunt.
Ontdek onze publicaties met nieuw onderzoek, artikels waarin we dieper in data duiken, aankondingen van interessante events en actualiteitsgerelateerde opiniestukken.

No items found.